Opschoning productcoderingen 1e kwartaal 2021

Floricode heeft productgroepen toegevoegd en namen van productgroepen aangepast. Er wijzigen producten van productgroep (per 1-4-2021) en productcodes zijn geblokkeerd en/of verwijderd.
Verwijderde productnamen kunnen eventueel weer in de codelijsten worden opgenomen voor hergebruik met nieuw registratienummer en productcode.

Het bestand met wijzigingen vind u hier.

Het bijgesloten bestand is ook in PDF beschikbaar op de website van Floricode onder Coderen > Productcodering Sierteelt> Actuele mutaties > Mutaties productcoderingen 1e kwartaal 2021.

Nieuwe eisen Verenigd Koninkrijk voor alle waardplanten Xylella fastidiosa

Eind februari 2021 heeft het VK nieuwe eisen gepubliceerd voor de import van waardplanten van Xylella fastidiosa. Deze eisen zijn ingegaan op 5 maart. De implementatie van de eisen is afgestemd met de NVWA. Wij berichten u graag over de stand van zaken.

Belangrijkste eisen
De belangrijkste wijziging betreft de eis voor alle waardplanten dat ze tenminste 3 jaar lang, of indien het jong materiaal betreft, gedurende het gehele leven, in een land of gebied vrij van Xylella zijn geproduceerd. Daarnaast geldt voor de 6 hoog risico gewassen (Olea europeana, Prunus dulcis, Lavandula spp,  Rosmarinus, Coffea  spp en Polygala myrtifolia) een aanvullende eis van bedrijfsvrijheid op basis van een toets.

Plantenpaspoort biedt meestal dekking
In de EU zijn strikte noodmaatregelen van kracht die ervoor zorgen dat plantmateriaal vanuit besmette gebieden niet in het verkeer kunnen worden gebracht. Ook geldt binnen de EU reeds de eis dat op bedrijven met de genoemde 6 hoog risico gewassen wordt getoetst. Alle planten die in de EU in omloop zijn moeten aan deze noodmaatregelen voldoen; daarmee biedt de aanwezigheid van het plantenpaspoort (ongeacht de origine) de garantie dat aan de eisen van het VK is voldaan. Dit geldt ook als planten uit een derde land komen, want ook voor import in de EU gelden strikte eisen.

Uitzondering Lavandula spp
Naktuinbouw heeft voor zover mogelijk bij alle producenten met genoemde waardplanten een bemonstering uitgevoerd. Echter, volgens de EU noodmaatregelen hoeft alleen Lavandula dentata worden bemonsterd. In het VK geldt de toetsverplichting voor alle Lavandala spp. Dit betekent dat bedrijven die andere Lavandula soorten produceren dan Lavandula dentata niet automatisch aan de eisen voldoen. Naktuinbouw heeft vorig jaar reeds geanticipeerd op de mogelijkheid dat het VK deze aanvullende eis zou gaan stellen, en heeft bedrijven met Lavandula spp op vrijwillige basis aanvullend bemonsterd en opgenomen in een register ‘bedrijf geschikt voor export VK’.

Bedrijven die in dit register staan zijn aanvullend bemonsterd en voldoen aan de eisen. Kwekerijen van planten van Lavandula die niet in het register staan kunnen vanaf 5 maart niet meer geëxporteerd worden naar het VK. Het register volgt nog. U kunt zich melden bij Naktuinbouw voor een aanvullende bemonstering. Bedrijven moeten hiervoor contact opnemen met Keuringen@naktuinbouw.nl. Voor de kosten van een aanvullende bemonstering verwijzen wij u naar de tarievenlijst van Naktuinbouw.

Planten van Lavandula uit andere lidstaten moeten zijn voorzien van een door die lidstaat afgegeven pre-exportcertificaat, waaruit blijkt dat de kwekerij is bemonsterd en vrij is bevonden.

Aanvulling Polygala myrtifolia
Voor de export van Polygala myrtifolia geldt boven op de eis van bedrijfsvrijheid nog de aanvullende eis van een partij bemonstering vlak voor export. Als bedrijven dit product willen exporteren, dan moet er vlak voor export door de keurmeester een monster worden genomen.

Bron: Naktuinbouw
Nieuwe eisen Verenigd Koninkrijk voor alle waardplanten Xylella fastidiosa

Waarschuwingslabel verplicht bij verkoop giftige planten in Frankrijk

Vanaf 1 juli 2021 moeten in Frankrijk giftige planten die mogelijk een risico vormen voor de volksgezondheid bij verkoop aan de consument voorzien zijn van een extra waarschuwingslabel of een uiting in een andere vorm.

De kweker is niet verantwoordelijk voor het plaatsen van de waarschuwing
De kweker beslist in overleg met zijn Franse klant(en) of hij de waarschuwing hier al op het etiket plaatst. Het is geen verplichting voor de Nederlandse kweker. De verantwoordelijkheid dat de plant bij de verkoop een waarschuwingslabel heeft ligt altijd bij de eindverkoper in Frankrijk. Naktuinbouw controleert hier dan ook niet op.

Het is in Frankrijk verplicht consumenten in te lichten over eventuele gezondheidsrisico’s
Hoe de eindverkoper de consumenten vanaf 1 juli wijst op die gezondheidsrisico’s kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld:

  • op het plantenlabel;
  • met een etiket op de pot;
  • via een poster bij het verkooppunt.

Welke planten moeten in Frankrijk bij de verkoop een waarschuwingslabel hebben?
Per risico bepaalt de Franse overheid welke planten een gezondheidsrisico dragen. Mogelijke risico’s van giftige planten zijn intoxicatie bij inname, allergie bij ademhaling door pollen of in geval van contact met de huid. Het verplicht plaatsen van een waarschuwingslabel geldt daarom onder andere voor de sierplanten Nerium oleander, Taxus baccata, Betula pendula, Carpinus betulus en Primula obconica.

Dit is een Frans initiatief
Het is vastgelegd in een nationale richtlijn van Frankrijk en dus geen EU wet- en regelgeving. Voor meer informatie verwijzen we u door naar uw afnemer in Frankrijk.

Bron: Naktuinbouw
Waarschuwingslabel verplicht bij verkoop giftige planten in Frankrijk

Tijdelijk EU-invoerverbod voor waardplanten Xylella fastidiosa

De NVWA maakte bekend dat er een tijdelijk invoerverbod gaat gelden voor waardplanten van Xylella fastidiosa uit vijf landen omdat die landen geen duidelijke verklaring hebben afgegeven richting de Europese Commissie over de status van Xylella fastidiosa in hun land.

EU-noodmaatregelen Xylella fastidiosa
Er gelden in de EU bijzondere EU-noodmaatregelen om de introductie en verspreiding van Xylella fastidiosa tegen te gaan. In de uitvoeringsverordening 2020/1201 staat onder meer dat derde landen bij de Commissie een schriftelijke verklaring moeten afgeven, waarmee ze aangeven of hun land vrij is van X. fastidiosa, of er sprake is van vrije gebieden/productielocaties, en tevens moeten deze landen aangeven dat ze specifieke PCR toets protocollen toepassen conform de EU-verordening. Van een aantal derde landen heeft de Commissie verklaringen nog niet binnen of niet goedgekeurd. De Commissie heeft daarom besloten de grens te sluiten voor die landen.

Importverbod voor vijf landen
Import van plantmateriaal van waardplanten van X. fastidiosa is uit de volgende landen niet meer toegestaan vanaf 22 februari 2021:

  • Bosnië-Herzegovina
  • Ghana
  • Oeganda
  • Sri Lanka
  • Zuid-Afrika

Dat betekent dat voor deze landen een importverbod voor Xylella fastidiosa waardplanten (zie Annex I van uitvoeringsverordening 2020/1201) geldt per 22 februari 2021. Fytosanitaire certificaten met een datum t/m 21 februari kunnen geaccepteerd worden, maar certificaten afgeven vanaf 22 februari niet meer.

Voor aantal landen nog onduidelijkheden
Voor vijf andere landen/gebieden is het op dit moment nog steeds onduidelijk en loopt er nog communicatie met de Commissie. Hierbij gaat het om:

  • Canarische Eilanden
  • Ethiopië
  • Japan
  • Tanzania
  • PFPS Brazilië

De NVWA geeft aan dat er communicatie volgt zodra er meer duidelijk is.

bron: Naktuinbouw
https://www.naktuinbouw.nl/boom/nieuws/tijdelijk-eu-invoerverbod-voor-waardplanten-xylella-fastidiosa

Voorkom besmetting met spintmijt op stek van kerstster

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) waarschuwt voor het risico op het binnenbrengen van een quarantaine spintmijt met stekmateriaal van kerstster (Euphorbia pulcherrima). Het betreft de soort Eotetranychus lewisi, die voorkomt op verschillende plantensoorten. De mijt komt verspreid over de wereld voor, waaronder in verschillende landen die stek van kerstster produceren. Deze spintmijt is in het laatste kwartaal van 2020 aangetroffen op kerstster bij 5 bedrijven in Duitsland. Deze planten waren verkregen van een Nederlands bedrijf.

Risico op insleep
In verband met deze notificaties heeft Naktuinbouw in opdracht van de NVWA eind 2020 bedrijven bezocht waar kerstster werd beworteld of geteeld van dezelfde herkomst als de Duitse bedrijven. De spintmijt is daarbij niet aangetroffen. Wel bleek, dat de spintmijt vrijwel zeker voorkomt in uitgangsmateriaal van kerstster in landen waaruit veel van dit stek wordt geïmporteerd. Aangezien het beestje zeer klein is en de symptomen lijken op die van andere spintmijten, heeft de producent een besmetting met deze quarantainesoort vaak niet in de gaten. Het is zelfs mogelijk dat de soort officieel niet bekend is in het land van herkomst, omdat ze erg lastig te identificeren is.

Controles door de NVWA en Naktuinbouw
Naktuinbouw inspecteert het stek nauwkeurig op het moment van import. Als de spintmijt echter in zeer kleine aantallen aanwezig is, is zo’n besmetting erg lastig te ontdekken. Naktuinbouw zal daarom extra letten op deze spintmijt bij inspecties in uitgangsmateriaal en eindteelt van kerstster. Daarnaast voert de NVWA dit jaar een survey uit bij bedrijven met eindteelt van kerstster.

Advies aan bedrijven
Attendeer uw leverancier op deze mijt.
Voorkom dat u materiaal binnenkrijgt dat besmet is met deze mijt. Raadpleeg hier uit welke landen E. lewisi bekend is. Waarschijnlijk komt ze echter in veel meer landen voor, dit geldt met name ook voor Afrika. Attendeer uw leverancier op deze soort door te verwijzen naar de Engelstalige informatie. Vraag om garanties dat het materiaal vrij is van spintmijt. E. lewisi is in de regel goed te bestrijden met de gebruikelijke middelen.

Let goed op symptomen van spintmijt.
In Europa is E. lewisi de enige soort spintmijt die kerstster aantast. Let daarom tijdens de teelt goed op symptomen van spintmijt op dit gewas. Er zijn echter nog meer waardplanten waar deze mijt op kan voorkomen. Indien u spintmijt aantreft op andere plantensoorten, ga dan na of het eventueel E. lewisi betreft. Informatie over waardplanten, symptomen en herkennen van E. lewisi vindt u hier. Raadpleeg bij twijfel de keurmeester van Naktuinbouw.

Meld een vermoeden van een besmetting.
E. lewisi heeft de EU quarantaine-status. Dit betekent dat een vondst gemeld moet worden bij de NVWA. Als u een besmetting met deze spintmijt vermoedt, neem dan contact op met uw keurmeester. Deze kan een monster nemen voor identificatie door de NVWA. Totdat u de uitslag krijgt, mag u geen plantenpaspoort afgeven en geen handelingen of bestrijding uitvoeren op de planten, zonder toestemming van de NVWA. Blijkt het inderdaad E. lewisi te zijn, dan kijkt de NVWA welke maatregelen nodig zijn om verdere verspreiding te voorkomen en de besmetting op uw bedrijf uit te roeien.

Bron: NVWA

Een Pre- Export Certificaat is niet meer nodig voor Deense en Belgische planten die via Nederland naar VK gaan

Nederland heeft met België en Denemarken afspraken gemaakt om garanties af te geven via een gezamenlijk register van niet-aanwezige organismen. Daardoor wordt voor die organismen het pre-export certificaat overbodig.

Of dit ook voor andere landen kan gaan gelden is nog onbekend.

Wel controles
Vanaf 1 januari 2021 hebben handelaren/exporteurs voor het exporteren van planten naar het VK een Fytosanitair Certificaat (FC) nodig, zo ook voor producten waarvoor de CITES-bijschrijving vereist is. Veel zendingen naar het Verenigd Koninkrijk bevatten planten uit andere EU lidstaten. Veel van de exportgaranties over producten kunnen alleen afgegeven worden door het land van productie (bv. uitgevoerde veldinspecties).

Bron: Pre-exportcertificaat VK plantmateriaal | Naktuinbouw

Voor aantal producten een verplicht pre-exportcertificaat naar het VK

Tot 1 januari was dat voor het VK niet nodig omdat het intraverkeer betrof. Nu het VK een derde land is mag Nederland geen exportcertificaat afgeven voor het VK met garanties t.a.v. opkweekeisen zonder zo’n pre-export certificaat. Zie ook de website van de NVWA.

Veel exportzendingen die bij de KCB worden aangeboden ter inspectie bevatten product uit andere lidstaten van de EU. Een aantal van de exportgaranties over producten kunnen alleen afgegeven worden door het land van productie (bv. uitgevoerde veldinspecties). In de Europese regelgeving (PHR 2016/2031) is geregeld dat het producerende land de partij voorziet van een pre-exportcertificaat waarin de betreffende NPPO dergelijke garanties afgeeft. Nederland heeft dit pre-exportcertificaat nodig als onderbouwing voor de exportgaranties op het fytosanitair certificaat gericht aan het VK. Het blijkt dat bedrijven zich vaak niet bewust zijn van deze verplichting.

Hierbij brengen wij u op de hoogte van deze verplichting voor het aanleveren van het pre-exportcertificaat. Voor alle zekerheid is op de website van de NVWA nog meer nadruk gelegd op de noodzaak van het pre-exportcertificaat. Let op, het gaat hierbij alleen om producten waarbij het VK een eis stelt, waarvoor alleen door het land van productie de garantie kan afgeven. Er is dus niet altijd een pre-exportcertificaat nodig. Informatie hierover is te vinden in de landeneisen van het VK.

Lees ook:
Artikel van NVWA: Exporteren van producten met oorsprong buiten Nederland
Artikel van Naktuinbouw: Eisen aan pre-exportcertificaat Verenigd Koninkrijk

Dit bericht is ook door de NVWA verstuurd aan de brancheorganisaties, dus het kan zijn dat u deze informatie dubbel ontvangt. Heeft u geen export van sierteelt producten naar het VK dan kunt u dit bericht laten voor wat het is.

Meer informatie over Brexit vindt u op de website van de KCB, deze wordt dagelijks bijgewerkt: https://kcb.nl/brexit

De keuze van voorbehandelingsmiddelen voor Asclepias en Anigozanthos wordt verruimd

Per 1 februari 2021 vindt er een wijziging plaats in de VBN productspecificatie van Asclepias en Anigozanthos.

Het Post Harvest Kenniscentrum heeft in de zomer en het najaar van 2020 een verificatieonderzoek uitgevoerd om vast te stellen of de middelen Chrysal Grow 20, Chrysal Grow 40, Florissant 810 en Florissant 830 voldoen aan de VBN normen voor de voorbehandeling van Asclepias en Florissant 810 en Florissant 830 aan de VBN normen voor de voorbehandeling van Anigozanthos. Uit dit onderzoek is gebleken dat aan alle voorwaarden is voldaan om deze middelen toe te voegen aan de verplichte middelen in de VBN productspecificatie van Asclepias en Anigozanthos.

Wijziging:

  • Chrysal Grow 20, Chrysal Grow 40, Florissant 810 en Florissant 830 worden toegevoegd als toegestane middelen voor voorbehandeling bij Asclepias (Chrysal Grow 20 code 20, Chrysal Grow 40 code 40, Florissant 810 code 21 en Florissant 830 code 41 op het label van het middel).
  • Florissant 810 en Florissant 830 worden toegevoegd als toegestane middelen voor voorbehandeling bij Anigozanthos (Florissant 810 code 21 en Florissant 830 code 41 op het label van het middel).
  • U dient de juiste code van het voorbehandelingsmiddel bij uw aanvoerinformatie te vermelden. Met behulp van deze code kan het laboratorium controleren op het juiste gebruik van het voorbehandelingsmiddel.
    • Het sorteerkenmerk S65 voorbehandeling moet u zelf toe voegen in uw EAB-softwarepakket.
    • Binnen het sorteerkenmerk S65 moet u het juiste voorbehandelingsmiddel selecteren door middel van code 20 op label van het middel Chrysal Grow 20, code 40 voor Chrysal 40, code 21 voor Florissant 810 en code 41 voor Florissant 830.

Bovenstaande middelen dienen uitsluitend toegediend te worden conform gebruiksvoorschrift.

Opschoning productcoderingen 4e kwartaal 2020

Floricode heeft namen van productcodes aangepast. Er zijn productgroepen toegevoegd en geblokkeerd en producten wijzigen van productgroep (per 1-1-2021). Enkele productcodes zijn geblokkeerd en/of verwijderd. Verwijderde productnamen kunnen eventueel weer in de codelijsten worden opgenomen voor hergebruik met nieuw registratienummer en productcode.

Het bestand met wijzigingen vind u hier.

Het bijgesloten bestand is ook in PDF beschikbaar op de website van Floricode onder DISTRIBUEREN > Productcodes > Actuele mutaties >Mutaties productcoderingen 4e kwartaal 2020.

Mogelijke Quarantainestatus voor wortelknobbelnematode (Meloidogyne enterolobii)

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vraagt telers en importeurs van met name Arecaceae, Chlorophytum, Ficus, Philodendron en Zelkova, zich voor te bereiden op de mogelijke toekomstige quarantainestatus van Meloidogyne enterolobii, een tropische wortelknobbelnematode. Deze nematode zal waarschijnlijk in 2021 een Q(uarantaine)-status krijgen. Bij Q-organismen is het doel de Europese Unie vrij te houden van deze organismen of, indien deze al aanwezig zijn, verdere verspreiding te voorkomen. Meloidogyne enterolobii heeft zeer veel waardplanten, zowel houtige als kruidachtige gewassen.

Bestrijding is vrijwel onmogelijk, en vernietiging van besmette planten en het groeimedium is de enige betrouwbare methode om deze nematode uit te roeien.

Gevolgen

De NVWA treft M. enterolobii met enige regelmaat aan in de teelt en handel van tropische potplanten (waaronder Arecaceae, Chlorophytum, Ficus, Philodendron en Zelkova). Het gaat om toevallige vondsten bij import- of exportbemonsteringen voor andere soorten nematoden. Een bedrijf kan onder meer besmet raken, zodra waardplanten geïmporteerd worden uit een gebied waar deze nematode voorkomt.

Op het moment dat de Europese Unie (EU) M. enterolobii als Q-organisme aanmerkt, zal de NVWA een met M. enterolobii besmet bevonden partij weigeren voor import in Nederland. Bij een vondst op een bedrijf zal de NVWA dan maatregelen opleggen om de besmetting uit te roeien. De NVWA adviseert bedrijven daarom nu al insleep van M. enterolobii te voorkomen.

Meer informatie is te vinden op de website van de NVWA.