HIQ: hulpmiddel voor het herkennen van Q-organismen, PZ-Q-organismen en RNQP’s

Alle kwekers of handelaren die plantenpaspoorten afgeven moeten kunnen beoordelen of hun planten vrij zijn van EU quarantaine-organismen (Q-organismen), organismen met quarantaine-status in beschermde gebieden (PZ-Q-organismen) en gereguleerde niet-quarantaine-organismen (RNQP’s). Om daarbij te ondersteunen hebben de NVWA en Naktuinbouw een online zoeksysteem ontwikkeld met informatie over ruim 130 van deze organismen.

Herkenningsinformatie Quarantaine-organismen (HIQ) ondersteunt bij het herkennen en vergelijken van Q-organismen, PZ-Q-organismen en RNQP’s die relevant zijn voor de Nederlandse teelt en handel. Daarnaast laat het systeem zien in welke landen en op welke planten deze organismen kunnen voorkomen, zodat gebruikers bijvoorbeeld kunnen inschatten welke risico’s er zijn bij import en waar extra aandacht nodig is bij controles.

Wat vindt u in HIQ?
HIQ bevat praktische informatie over Q-organismen, PZ-Q-organismen en RNQP’s. Per organisme vindt u onder meer:

  • Herkenningskenmerken;
  • Symptomen op de plant;
  • Foto’s;
  • Informatie over waardplanten;
  • Informatie over verspreiding en voorkomen;
  • Kenmerken waarmee u het organisme kunt onderscheiden van soorten die erop lijken.


Beeld: © Chuangzao, iNaturalist (site NWVA).

Meer informatie op de site van NVWA.

Nieuwe richtlijn EmpCo: claims op verpakkingen en in reclame-uitingen onder de loep

Met de Europese richtlijn EmpCo (Empowering Consumers for the Green Transition), onderdeel van de Europese Green Deal, wil de EU consumenten beter beschermen en hen helpen om duurzame keuzes te maken. Uitgangspunt is dat consumenten moeten kunnen vertrouwen op duidelijke, eerlijke en controleerbare informatie, vooral over duurzaamheid. De richtlijn richt zich op het voorkomen van misleidende duurzaamheidscommunicatie die duurzame keuzes ondermijnt.

De regels uit deze richtlijn zijn van toepassing op alle vormen van communicatie richting consumenten. Dit omvat onder meer verpakkingen, etiketten, product labels, folders en brochures, advertenties, websites, webshops, sociale media en andere online en offline marketing‑ en reclame‑uitingen.

Belangrijkste punten:

1. Aanpak van greenwashing

Algemene of vage milieutermen zoals “groen”, “eco” of “milieuvriendelijk” mogen alleen worden gebruikt wanneer zij concreet worden toegelicht en gebaseerd zijn op objectief, controleerbaar en betrouwbaar bewijs waaruit blijkt dat sprake is van aantoonbare milieuprestaties. De bewijslast ligt bij de ondernemer en het bewijs moet verifieerbaar en op verzoek beschikbaar zijn voor toezichthouders.

2. Strengere regels voor duurzaamheidslabels

Duurzaamheidslabels en logo’s mogen alleen worden gebruikt wanneer zij zijn gebaseerd op een transparante certificeringsregeling met objectieve criteria en onafhankelijk toezicht. Labels en logo’s zonder onderliggende certificeringsregeling mogen niet de indruk wekken dat zij een officiële of onafhankelijke duurzaamheidsclaim onderbouwen.

Onder een certificeringsregeling wordt verstaan: een onafhankelijke verificatieregeling van een derde waarmee wordt gecertificeerd dat een product, proces of bedrijfsactiviteit aan vooraf vastgestelde vereisten voldoet, waarvan de voorwaarden openbaar toegankelijk zijn en die voorziet in objectieve criteria, toezicht en procedures voor handhaving bij niet naleving.

Wat betekent dit voor jou?

De richtlijn is in 2024 door de EU aangenomen als onderdeel van de Europese Green Deal. Europese bedrijven moeten per 27 september 2026 aan de nieuwe regels voldoen.

Vanaf dat moment mogen bij je bloemen en/of planten alleen duurzaamheidsclaims worden gebruikt voor zover deze kunnen worden onderbouwd met concreet, objectief en verifieerbaar bewijs, dat beschikbaar moet zijn voor controle door toezichthouders.

Onderstaande punten sluiten aan bij de voorlichting te vinden op het Ondernemersplein, maar zijn nader uitgewerkt voor onze sector en afgestemd op de juridische eisen van de EmpCo-richtlijn:

  • Beelden zoals een vliegende bij, blaadjes of “groene” iconen in combinatie met tekst of claims: alleen gebruiken als de duurzaamheids- of milieusuggestie die zij wekken (bijv. “bijvriendelijk” of “groen”) aantoonbaar juist is en objectief te verifiëren.
  • Termen zoals “milieuvriendelijk”, “duurzaam”, “groen” of “klimaatneutraal”: alleen gebruiken als je precies kunt uitleggen wat daarmee wordt bedoeld en deze uitleg wordt ondersteund door objectief en controleerbaar bewijs.
  • Keurmerken, labels of logo’s zonder onderliggende certificeringsregeling mogen niet de indruk wekken dat zij een onafhankelijke of officiële duurzaamheidsclaim onderbouwen.
  • Wettelijke kwaliteits-, milieu- of producteisen waar alle bedrijven aan moeten voldoen, mogen niet worden gepresenteerd als een onderscheidend duurzaamheidsvoordeel.
  • Claims over toekomstige duurzaamheidsdoelen, zoals ‘op weg naar klimaatneutraal’ of ‘wij werken toe naar…’, zijn alleen toegestaan wanneer zij zijn gebaseerd op een concreet, meetbaar en publiek beschikbaar actieplan met duidelijke tijdslijnen en toetsbare stappen, dat regelmatig wordt geverifieerd door een onafhankelijke externe deskundige, en waarvan de resultaten voor consumenten toegankelijk zijn.

Nederlandse implementatie

De richtlijn is een Europese richtlijn die twee bestaande richtlijnen wijzigt: de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken en de Richtlijn Consumentenrechten. EmpCo is gepubliceerd als Richtlijn (EU) 2024/825 op 6 maart 2024. Bedrijven moeten vanaf 27 september 2026 aan de nieuwe regels voldoen. De implementatie van de richtlijn in Nederland is echter enigszins vertraagd. Pas zodra de Eerste Kamer zijn goedkeuring voor de wet heeft gegeven kunnen Nederlandse toezichthouders gaan controleren. Hoewel handhaving in Nederland pas mogelijk is na nationale implementatie, mogen lidstaten en toezichthouders vanaf 27 september 2026 niet langer handelen in strijd met de doelstellingen van de EmpCo‑richtlijn. In grensoverschrijdende situaties kan de richtlijn vanaf dat moment al relevant zijn.

Daarnaast hebben sommige EU-landen, zoals Duitsland en Italië, de EmpCo-richtlijn al wel omgezet in nationale wetgeving. Bedrijven die (in)direct naar deze landen exporteren doen er goed aan de duurzaamheidscommunicatie nu al aan te passen.

Eerste vondst van Scirtothrips dorsalis in buitenteelt zonder duidelijke oorsprong

De NVWA heeft bij één van de bedrijfslocaties die wordt gemonitord Scirtothrips dorsalis (East Asia 1) buiten aangetroffen. De vondst is gedaan op een vangplaat en op drie plantenpartijen eronder. De bron van deze vondst is nog onduidelijk. Dit is de eerste keer in Nederland dat de bron van een Scirtothrips dorsalis besmetting niet direct te herleiden is naar een (recente) introductie.

Meer onderzoek
Deze ontwikkeling vergroot de onzekerheid over de verspreiding van Scirtothrips dorsalis in Nederland. De NVWA onderzoekt of deze trips in de buitenteelt heeft kunnen overwinteren of dat er sprake is van een andere manier van introductie. Het is mogelijk dat het plaagorganisme op meer locaties aanwezig is dan momenteel bekend.

Er zijn op dit moment meerdere gecontroleerde uitbraken van Scirtothrips soorten in Nederland, maar er zijn geen aanwijzingen voor vestiging. De komende periode voert de NVWA onderzoek uit om een beter beeld te krijgen van de situatie.

De NVWA blijft samen met de plantaardige keuringsdiensten, de sectororganisaties en andere EU-lidstaten de situatie monitoren en waar nodig maatregelen nemen om verdere verspreiding te voorkomen.

Wat kunt u doen?
De NVWA vraagt bedrijven en sectorpartijen om:

  • Alert te zijn op symptomen van trips, met name op risicovolle plantensoorten
  • Alert te zijn bij import en handel van planten uit landen waar Scirtothrips voorkomt
  • Verdenkingen en vondsten te melden bij de NVWA

Maatregelen
Bij vondsten legt de NVWA maatregelen op. In de bedekte teelt kan bestrijding in sommige gevallen plaatsvinden met gewasbeschermingsmiddelen volgens een strikt schema. In de buitenteelt is vernietiging van besmette planten op dit moment de enige optie. In beide gevallen volgt er een monitoringsperiode om vast te stellen dat het bedrijf weer vrij is van het plaagorganisme.

Vroege signalering is hierbij belangrijk. Wanneer partijen bij binnenkomst worden gecontroleerd en gescheiden worden gehouden van andere partijen (minimaal één meter), kan de omvang van de besmetverklaring en de daaropvolgende maatregelen worden beperkt. Bedrijven kunnen op deze manier uitbraken op hun teeltlocaties en in hun kascomplexen voorkomen.

Voor informatie lees hier meer over Scirtothrips op de website van de NVWA

Informatiebijeenkomst over quarantaineaaltje Meloidogyne enterolobii brengt keten bijeen

Op 2 april vond bij Royal FloraHolland in Aalsmeer een goedbezochte informatiebijeenkomst plaats over het quarantaineaaltje Meloidogyne enterolobii. De bijeenkomst werd gezamenlijk georganiseerd door Royal FloraHolland en Glastuinbouw Nederland, in samenwerking met de NVWA.

Tijdens de middag gaven verschillende partijen vanuit hun eigen perspectief toelichting op dit belangrijke dossier. Zo deelden handel, telers, NVWA en onderzoekers hun inzichten, ervaringen en aandachtspunten rondom de aanpak van Meloidogyne enterolobii. Daarbij was er onder meer aandacht voor het voorkomen van besmettingen, de ervaringen uit de praktijk, de actuele stand van zaken vanuit de NVWA en de mogelijkheden voor aanvullend onderzoek.

De bijeenkomst bood waardevolle informatie en ruimte voor gesprek tussen de verschillende schakels in de keten. Juist die uitwisseling is van groot belang om gezamenlijk alert te blijven en risico van verspreiding van dit quarantaineaaltje zoveel mogelijk te voorkomen.

Meloidogyne enterolobii (wortelknobbelnematode) | NVWA.
Hygiëneprotocol Meloidogyne enterolobii

NVWA meldt nieuwe vondsten van het Q organisme Scirtothrips in planten in de sierteelt

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft recent meerdere nieuwe vondsten bevestigd van de tripssoorten Scirtothrips dorsalis en Scirtothrips aurantii op sierplanten. Deze insecten hebben binnen de Europese Unie (EU) een quarantainestatus. De vondsten werden gedaan tijdens exportinspecties. De NVWA heeft maatregelen opgelegd bij de betrokken bedrijven en roept de sector op alert te zijn op mogelijke insleep van deze insecten.

Lees hier het hele artikel:
NVWA meldt nieuwe vondsten van Scirtothrips in sierplanten | NVWA

Sierteeltketen werkt samen tegen fytosanitaire risico’s

Alle schakels in de sierteeltketen gaan samenwerken tegen fytosanitaire risico’s, door het vergroten van kennis, risicobewustzijn en handelingsperspectief rondom Q-organismen.

De samenwerking komt tot uiting in een nieuw Kennis op Maat-project waarvan de kick-off onlangs bij Tuinbranche Nederland plaatsvond. Het project is getiteld ‘Een fytosanitair weerbare sierteeltketen’. LTO Nederland is penvoerder, Wageningen Universiteit & Research is uitvoerder. Daarnaast doen deze organisaties mee: Royal FloraHolland, VGB, Tuinbranche Nederland, Plantum, Glastuinbouw Nederland, Royal Anthos, Tree Centre Opheusden, Treeport Zundert, Greenport Boskoop en Boomteeltstudieclub Horst aan de Maas.

De Nederlandse sierteeltketen is internationaal sterk, maar juist daardoor ook kwetsbaar. Import- en exportstromen, klimaatverandering en toenemende handel vergroten het risico op introductie en verspreiding van quarantaine-organismen. Toch blijkt dat kennis over deze risico’s binnen de keten versnipperd is en dat het gevoel van urgentie niet overal vanzelfsprekend is.

Het nieuwe project bouwt voort op het eerdere project ‘Bewustwording en preventie Q-organismen in de boomkwekerij’. Hierin werd onder andere, samen met Naktuinbouw en NVWA, kennis verspreid over Popillia japonica (Japanse kever), Anoplophora glabripennis (Aziatische boktor), Anoplophora chinensis (Oost-Aziatische boktor) en Agrilus planipennis (essenprachtkever).

Het nieuwe project maakt een belangrijke stap vooruit: van uitgangsmateriaal tot retail worden alle schakels betrokken. Niet alleen door kennis te delen, maar door die kennis te vertalen naar concrete, rol-specifieke handelingsperspectieven.

Door samen te werken aan preventie wordt de fytosanitaire weerbaarheid van de sector vergroot. Bovendien wordt bijgedragen aan het beschermen van economie, leefomgeving en biodiversiteit. Op naar een weerbare sierteeltketen waarin iedere schakel het verschil maakt.

Alle Prunus-soorten waardplant boktor Aromia bungii

De waardplantenlijst van de boktor Aromia bungii, een prioritair quarantaine-organisme in de EU, is uitgebreid met alle soorten Prunus. Daaronder ook Prunus laurocerasus.

In december publiceerde de Europese Commissie de aangepaste EU-regelgeving om introductie en verspreiding van de boktor Aromia bungii tegen te gaan. Al een aantal jaren gelden noodmaatregelen voor de meeste Prunus-soorten. De waardplantenlijst is nu uitgebreid naar alle Prunus-soorten, waaronder ook Prunus laurocerasus.

Bufferzone na vondst
De noodmaatregelen bestaan uit het uitroeien van de boktor na een vondst, door het instellen van een bufferzone van 2 km om de besmettingszone gedurende meerdere jaren. Wanneer uitroeiing niet meer mogelijk is, wordt een bufferzone van 4 km aangehouden en gelden er maatregelen om verdere verspreiding tegen te gaan. Deze afgebakende gebieden zijn vermeld in de EU-regelgeving en betreffen gebieden in Italië (Campanië) en Duitsland (Rosenheim/Kolbermoor).

Voor plantmateriaal uit deze gebieden en uit derde landen gelden eisen aan het plantmateriaal van Prunus-soorten met een stengeldiameter van 1 cm of meer.

Bron: LTO Bomen, Vaste planten & Zomerbloemen

Alligatorkruid aangetroffen in Phoenixpalmen

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft alligatorkruid aangetroffen bij een importeur van grote Phoenixpalmen. De palmen waren afkomstig uit China en zouden in Zuid-Europa in de vollegrond geplant worden. Daar kan alligatorkruid de winter overleven en dus ook ernstige schade aanbrengen aan de natuur. Deze vondst bevestigt dat importeurs extra alert moeten zijn op invasieve exoten bij import uit China, stelt de NVWA.

De NVWA heeft in samenwerking met de Naktuinbouw 20 bedrijven gecontroleerd op de insleep van invasieve exoten. Het gaat om bedrijven die planten met groeimedium importeren. Hierbij is speciaal gekeken naar meeliftende mieren, landplatwormen en planten die op de Europese Unielijst staan.

Plantensoorten die op de Unielijst staan kunnen onbedoeld Nederland binnenkomen als onkruid in potplanten. Bij de controles zijn vier verschillende plantensoorten aangetroffen bij pseudobonsai planten. Bij een importeur van grote Phoenixpalmen is alligatorkruid gevonden in de kluit van Phoenixpalmen. Alligatorkruid is nog nooit eerder gevonden in planten die bedoeld zijn om buiten in de grond te worden geplant.

Bij de controles op de 20 bedrijven zijn 4 plantensoorten van de Unielijst gevonden:

  • Alternanthera philoxeroides (alligatorkruid)
  • Broussonetia papyrifera (papiermoerbei)
  • Humulus scandens (oosterse hop)
  • Lygodium japonicum (Japanse klimvaren)

Al deze plantensoorten kwamen binnen vanuit China. Alligatorkruid zat niet alleen in grote Phoenixpalmen, maar ook in pseudobonsaiplanten. De 3 andere soorten kwamen alleen voor in pseudobonsaiplanten. Alle 4 de plantensoorten vormen een gevaar voor de natuur in sommige landen in Europa.

Het meest verontrustend vindt de NVWA de vondst van alligatorkruid in grote Phoenixpalmen. Alligatorkruid komt ook voor bij pseudobonsai, maar het grote verschil is dat Phoenixpalmen direct naar Zuid-Europa worden versleept en daar in de volle grond worden geplant. De combinatie volle grond en Zuid-Europa is erg gevaarlijk. Alligatorkruid kan daar, anders dan in Nederland, de winter overleven.

Alligatorkruid kan dichte matten vormen in ondiep, langzaam stromend water. Het zuurstofgehalte in het water gaat daardoor omlaag. Zo veroorzaakt alligatorkruid een achteruitgang in de inheemse flora en fauna en bemoeilijkt de recreatie. De plant kan zich ook vestigen in geïrrigeerde rijstvelden, een vorm van akkerbouw die veel voorkomt in Zuid-Europa.

Bij de importeur van de Phoenixpalmen zijn alle planten waarin alligatorkruid is aangetroffen direct vernietigd. Later dit jaar voert de NVWA nog een nacontrole uit.

bron: NVWA

Extra alertheid en aanscherping importcontroles Chrysalidocarpus lutescens door Meloidogyne enterolobii

De wortelknobbelnematode Meloidogyne enterolobii is in januari 2023 voor het eerst aangetroffen bij een Nederlands teeltbedrijf. Dit plaagorganisme is in de EU gereguleerd als quarantaine-organisme. De nematode is zeer schadelijk op onder meer tomaat, paprika en komkommer, maar tast ook aardappelknollen aan. Bij siergewassen kan de nematode de groei belemmeren. De nematode is niet schadelijk voor mens en dier. Sinds de eerste vondst zijn er 13 uitbraken bij sierteeltbedrijven in Nederland vastgesteld.

Recente bevindingen van de NVWA bevestigen eerdere vermoedens dat deze nematode op meer plantensoorten en in meer landen kan voorkomen dan nu bekend is. Ook blijkt dat er niet altijd symptomen zichtbaar zijn op besmette planten. Daarom is uw alertheid nodig en heeft de NVWA de importcontroles aangescherpt.

Lees meer op de site van de NVWA
Hygiëneprotocol

Leaflet ‘Houd Nederland vrij van de Japanse kever’

Wat is de Japanse kever, welke (EU-)maatregelen gelden na een vondst van de kever en wat kunt u doen om deze kever buiten Nederland te houden? Alle informatie hierover vindt u in een leaflet die is samengesteld door de sectororganisaties in de sierteeltketen, in samenwerking met de NVWA en Naktuinbouw.

In Europa én in Nederland zijn grote zorgen over Popillia japonica, de Japanse kever. Deze werd in 2014 voor het eerst in de EU gevonden in Noord-Italië. De snelheid waarmee de kever zich daarna in Italië en Zwitserland kon vestigen en vermenigvuldigen is alarmerend, en de schade die de kever daar aanricht is immens. Omdat de kever een quarantaine-organisme is, betekent dit dat er EU-maatregelen van toepassing zijn als de kever (of de larve) wordt gevonden. Deze maatregelen leiden tot enorme economische schade in de teelt van bomen en struiken, vaste planten, perk-, kuip- en potplanten, graszoden, jonge planten, (zacht)fruit en in graszaadproductie.
Alle reden om hierop alert te zijn.

De leaflet is samengesteld door deze organisaties:

  • LTO Nederland, vakgroep Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen
  • Plantum
  • Royal Anthos
  • VGB
  • VBN
  • Glastuinbouw Nederland
  • Tuinbranche Nederland

Leaflet Japanse Kever